|
Open brief aan Naima El Bezaz Amsterdam, 5 maart 2007 Waarde Naima El Bezaz, Met berouw heb ik kennis genomen van je beslissing om voorlopig van alle publiciteit af te zien. Publiciteit is een verplicht nummer voor een schrijver, want zonder publiciteit verkopen boeken niet, of slechts mondjesmaat. Brood heeft geen publiciteit nodig. De mensen zullen ook zonder reclame elke dag brood kopen en tot zich nemen. Maar een boek kan niet zonder reclame. Misschien een paar jaar geleden wel, toen de mensen nog in een romantische bui een boek van een onbekende schrijver kochten. Maar tegenwoordig, in een tijd waarin de boekhandel niets anders is dan een bestsellerverkooppunt, is er van die romantiek weinig meer over. Een anonieme man heeft je bedreigd. Hij heeft opgeroepen je te bespugen en te stenigen. Ook wilde hij je het land uitjagen omdat je Marokkanen belachelijk maakt. De man is inmiddels niet meer anoniem en heeft honderd uur taakstraf opgelegd gekregen van de politie. Ik hoop dat hij zichzelf flink belachelijk maakt met een bezem of kruiwagen. Of met handschoenen en een dweil. Ik ben niet zo bekend met taakstraffen, maar een Marokkaan die de vloer van een toilet reinigt, lijkt me erg geestig. Zeker als je weet dat diezelfde man waarschijnlijk nog nooit een wc heeft schoongemaakt. Mannen die oproepen tot steniging van vrouwen staan niet bekend om het huishoudelijke werk. Mag ik je van harte feliciteren met deze overwinning? Nieuwe anonieme mannen hebben het echter nodig gevonden om je weer te bedreigen. Ze hebben de veroordeling van de voormalige anonieme man waarschijnlijk persoonlijk aangetrokken. Misschien hebben ze hem met gele handschoenen en een wc-borstel in de aanslag gezien? Een onvergetelijk beeld, naar mij dunkt. Naar aanleiding van deze nieuwe bedreigingen heb je besloten om tijdelijk niet meer in de publiciteit te treden. Leon de Winter schrijft op zijn weblog van elsevier.nl dat dit besluit gelijk staat aan ‘capitulatie voor extremisten’. Ik zou wel eens willen zien hoe meneer De Winter zou piepen als hij door een groep Palestijnen wordt bedreigd. De Winter heeft twee schatjes van kinderen die makkelijk door een granaat zouden kunnen worden getroffen. Wedden dat zijn bloedjes tijdelijk geen busjetrap meer mogen spelen als hij van zo’n bedreiging wordt verwittigd? Busjetrap en publiciteit voor een boek maken zijn twee verschillende dingen, maar toch. Het gaat om het principe. Een bedreiging gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik zal je besluit daarom nooit als capitulatie definiëren. Misschien is ‘uit de weg gaan’ een betere beschrijving. Naima, jij gaat de extremisten uit de weg. En groot gelijk heb je. Wie wil er nou een klodder spuug of een kei in zijn gezicht hebben? Er blijft echter één probleem bestaan. Je kunt geen publiciteit maken, geen radio-interviewers te woord staan, geen onnozele vragen van journalisten van de krant beantwoorden. En je kunt ook niet meewerken aan het televisieprogramma ‘De avond van het boek’ waar jij in een team met Thomas Rosenboom en Kees ’t Hart zou zitten. Televisie is het reclamemiddel bij uitstek. Daarom bied ik mijzelf aan als jouw stand-in. Ik zal op 11 maart, de dag van de uitzending, 24 uur lang Naima El Bezaz zijn. Als de bakker mij een croissantje overhandigt en ‘alstublieft meneer’ zegt, dan zal ik zeggen dat ik een vrouw ben. Als de buurman ‘hallo Sieger’ zegt, dan zal ik zeggen dat ik Naima heet. En als de heren Rosenboom en ’t Hart met mij flirten, dan zal ik als een geëmancipeerde vrouw optreden. Ik hoop dat je op mijn aanbod ingaat. Het lijkt mij in ieder geval een eer om jou te mogen zijn. Hartelijke groet, Sieger Sloot schrijver van de roman Stand-in |