
Ik ga verkleed als Harry
Vanavond is het Boekenbal, het startschot van de boekenweek.
Schrijvers proberen er onopvallend in de schijnwerpers te
komen.
Het is elk jaar hetzelfde en het begint al een paar weken
voordat het begint. Zenuwachtig houdt de schrijver zijn
brievenbus in de gaten. In het schrijverscafé zegt hij
nonchalant langs zijn neus weg: „Ze zijn wel laat met de
kaartjes dit jaar.” Zijn vrees wordt bewaarheid. „O, ik heb ze
al binnen”, zegt zijn collega-auteur die hij sowieso niet kan
uitstaan. De volgende dagen belt hij woedend, smekend, huilend
zijn uitgever en uiteindelijk heeft hij geluk. Er blijkt nog
een kaartje over te zijn van een promotiemedewerkster. Hij mag
naar het Boekenbal.
Wanneer hij rond tien over acht, nonchalant precies tien
minuten te laat, arriveert voor de ingang van de
Stadsschouwburg, spreekt uit zijn houding en blik precies de
juiste gemoedstoestand van licht geamuseerd dedain en
verveling bij voorbaat.
Sieger Sloot (29), debutant
Voor de hoeveelste keer gaat u dit jaar naar het Boekenbal?
„Dit is voor mij de eerste keer. Ik ben eigenlijk acteur en ben een
maand geleden als schrijver gedebuteerd.”
Bent u nerveus?
„Nee. Ik neem een pijp mee en ga gekleed als Harry Mulisch. Het
schijnt dat hij een vaste plek heeft, naast Connie Palmen. Daar ga ik
dan zitten en als Mulisch komt, tik ik met die pijp op mijn hoofd.”
Wat is het mooiste aan het bal?
„Het mooiste is natuurlijk het uitzicht op Connie Palmen.”
Wat is het vervelendst ?
„De schrijvers. Ze hebben stuk voor stuk een klap van de molen
gekregen, anders zouden ze geen boeken schrijven.”
Wat doet u aan?
„Ik heb mij bij Oger, de winkel waar Mulisch ook koopt, een Italiaans
pak met Burberry-ruit aan laten meten.”
Met wie gaat u dansen?
„Met de vriendin die mij vergezelt. Ook ben ik van plan Saskia de
Jong ten dans te vragen. Zij is dichteres en ik ken haar goed, het is
een heel mooie vrouw.”
Met wie zou u willen dansen?
„Er is iemand met wie ik nooit zou willen dansen: Heleen van Royen.
Wat een afschuwelijke dame is dat.”